Sorry for all the foreign guys and girls: This one is only in Dutch.
Whenever I have some time to kill, I'll consider translating.......

Interview supplied by Kees Uffen
Auteur: Albert Hartwig

Midi Magazine, April '92
Additional Production & Remix By Ben Liebrand.

Ongeveer zes kilometer ten westen van Nijmegen woont Ben Liebrand in een dorp waar ’s zondags geen bus naar toe rijdt. Samen met een rooie kater sta ik voor de deur van een nieuwbouwwoning aan de rand van Beuningen. Ik ben een kwartier te vroeg.

Het zal zo'n twintig jaar geleden zijn, dat kleine Ben van amper twaalf jaar oud met een mono cassetterecordertje op zijn slaapkamer zit te spelen. Altijd al geinteresseerd in electronics en electronische muziek. Met de jaren komt er een pick-upje, een stereo cassettedeck en zelfs al een mengpaneeltje bij. De tijd van electronische popmuziek is aangebroken en op de radio kun je luisteren naar de synthesizerklanken van Klaus Schulze, Giorgo Moroder en Kraftwerk. Op de middelbare school draait Ben plaatjes op schooffeestjes. Begin tachtiger jaren begint z’n hobby serieuzere vormen aan te nemen. Ben draait als DJ in de Keizer Karel Club in Nijmegen. Hij knipt en plakt liedjes in elkaar om in de club te draaien. De mixen blijken zo gewaardeerd te worden, dat mensen op een gegeven moment naar hem toe komen om te vragen of hij edits voor hun wil doen.

"lk had in die tijd al een fatsoenlijke tweesporen recorder en een digitale PCM F1-set van Sony om alles digitaal weg te kunnen schrijven. Mijn eerste echte opdracht kwam van The Limit met 'She's so devine'. lk kreeg vijf 1/4" tapes aangeleverd waar ik in kon gaan knippen. In die tijd was ik ongeveer de enige in Nederland die zich met het maken van 12"-platen bezighield. Het was natuurlijk prachtig om mijn eigen naam op het label te zien. Die mix van The Limit werd in de studio van Dureco gemasterd, waar Peter van Asten en Richard Dubois met de Dolly Dots bezig waren. Die vroegen mij of ik voor hun een remix voor de Dolly Dots wilde maken.'

Veronica Minimix
ledere vrijdagavond is de Minimix van Ben Liebrand te horen in het Veronica programma 'Dinges en van Inkel'. Ieder jaar wordt afgesloten met de Grandmix die bijna een uur duurt. "Bij Veronica wilden ze graag een mixprogramma doen, maar ze wisten nog niet met wie. De Two P(i)eters, voor wie ik 'Rock the boat' van Forrest had gemixt waren goede vriendjes met Veronica. Zo kwam Veronica bij mij terecht.". In '83 was de Minimix nog een twintig minuten durend verlengstuk van het programma. Tegenwoordig is het teruggebracht tot de lengte van één nummer. Mixen die daar uit voortgekomen zijn, zijn o.a. "Lovely day" van Bill Withers, "In the air tonight" van Phil Collins en "Black Betty" van Ramjam. "lk start gewoon aan het begin van de dag met een nummer dat ik leuk vind. Dan ga ik aan het sleutelen, 'what ever', het maakt niet uit. ik doe waar ik zin in heb en houd nergens rekening mee. Vaak blijkt het eindresultaat dan precies dát in de mensen te raken wat ze graag willen horen."

"In het begin ging alles nog zonder drumcomputers. Betaalbare samplers waren er nog niet. Gewoon drumloops, die met de hand werden ingestart. De eerste sampleplayer waar ik mee te maken kreeg was de Linndrum. Ik kon alleen maar ritmische dingen doen, want ik had helemaal geen kaas gegeten van echt spelen. Synthesizers kwamen pas later. Eerst een Korg MS-10 voor de bliebs en de effecten en daarna de SH-101 van Roland. Langzamerhand breidde het uit tot wat ik nu heb."

24-Sporen Digitaal aan Huis
Op de bovenste verdieping van zijn woning heeft Ben een respectabele digitale 24-sporen studio. De nieuwste speeltjes op synthesizer- en samplinggebied zijn aanwezig. Wat mij opvalt is de extreme orde die er heerst. In menig studio dreigen de kabels die er zijn in één grote knoop achter de apparatuur te worden gepropt. Hier is dat zeer zeker anders.

"Vanaf het prille begin heb ik alles thuis afgemaakt. Tot voor drie jaar zelfs nog bij mijn ouders op zolder. Als de inspiratie even niet aanwezig is, dan kun je de boel laten aanstaan, met de hond gaan wandelen of een video kijken en de volgende dag pas weer verder gaan. Als ik bijvoorbeeld een mix voor het weekend klaar heb, kan ik hem zaterdags in de club testen, zondag de verbeteringen aanbrengen en de mix 's maandags met de koerier meegeven. Dat kun je je in een grote studio niet permitteren."

"Als ik in een studio als Wisseloord of Dureco moest werken schoot het niet op. Dan zat er een technicus bij en de klok tikte dure guldens weg. Toen kwam ik op het idee om alleen de bovenkant van een mix in een grote studio te doen, zeg maar alles wat niet ritmisch is. Tijdens het masteren van de mix werd er voortdurend tijdcode gegenereerd, die naar de HIFI- sporen van mijn Betamax recorder gingen. De mix (zonder bas en drum) ging via de F1 van Sony naar de video-sporen van de Betamax. Alle outtakes die ik maakte waren dus aan tijdcode gerelateerd. Die mixen nam ik dan mee naar huis, waar ik in alle rust een nieuwe basistrack en effecten kon toevoegen."

Sponsored By
De twee ADAM's zijn niet de enige producten van Akai die in de ruimte staan opgesteld. Ze laten zich vergezellen door broertjes en zusjes als een MPC-60, een DD-1000 en twee S11OO's. Er wordt wel eens gefluisterd dat Ben een zogenaamde endorsement-deal met Akai heeft, wat zoveel inhoudt als dat Ben reclame voor Akai maakt en de apparatuur voor niets of erg weinig krijgt.

"Het enige dat ik met Akai heb, is dat ze erg goede spullen maken en dat ik die jongens erg goed ken. Ik krijg vaak tekeningen van een apparaat te zien voordat het er is. Vervolgens krijg ik dan een exemplaar thuis, maar ik moet alles gewoon kopen. Die DD-1000 van hun is namelijk mijn lieveling. Als je een sessie achter de rug hebt is het wel heel erg lekker om achter de remote te gaan zitten en op je gemak het hele nummer achter elkaar te editten. Dat is gewoon ontspannend. Ik heb er in '91 de Grandmix voor Veronica op gedaan. Die is zo'n vierenvijftig minuten lang en daar zitten zo’n honderdveertien verschillende nummers in verwerkt met veel afwijkende ritmes. lk heb nu timestretch op mijn DD-1000, dat gaat fantastisch. Ik heb er de hele Grandmix mee bewerkt. Zonder de toonhoogtes te veranderen heb ik de tempi van de verschillende nummers aan elkaar kunnen aanpassen. Voor zover ik weet, kan alleen de Opus van Lexicon dat.

'Mad about you' van Sting heb ik per twee sporen via de Opus negen procent sneller naar multitrack gezet. Dat zou de DD-1000 minstens zo goed kunnen."

"Qua samplers staat voor mij de S1100 op nummer 1. Als je polyfone partijen uit de 1100 wil halen is hij aanzienlijk sneller dan de 1000. Gemeten is hij ook strakker, maar op het gehoor kan ik dat niet zomaar zeggen. Mijn eerste S1100 heeft tweeëndertig megabyte, wat overeenkomt met ruim drie minuten stereo-sampling. Daar komen meestal de zang-samples zoals acapella's en backing vocals uit. Mijn tweede S1100 heeft acht megabyte. Daar zitten de drumloops en congasamples in. Mijn bongo's bestaan meestal uit tweeëndertig samples en mijn conga’s uit zesentwintig. Conga- en bongo-patronen klinken ook echt als conga-en bongo-patronen."

MPC-60
Buiten de Notators en de Cubases bestaan er nog altijd hardwarematige sequencers. Eén van de meest populaire is de MPC-60 van Akai. Behalve een zeer uitgebreide sequencer heeft het apparaat een drumsampler met aanslaggevoelige pads. In menig studio is er wel een exemplaar aanwezig. Ben is een enthousiast gebruiker en blijft zó lang met de MPC-60 werken tot er een voor zijn gevoel net zo'n goede sequencer voor de Macintosh wordt gemaakt. "lk heb een hoop sequencers gezien. Cubase spreekt me tot nu nog het meest aan, maar die Atari schiet niet op. Het enige wat ik tot nu toe van die computer gezien heb zijn bommetjes en ik weet niet ééns wat dat betekent. Nee! Mijn MPC-60 is mono, twaalf bits en de disks zijn niet uitwisselbaar met de Akai samplers. Maar een MPC-60 crasht niet! Doordat de sequencer en de drumsampler één geheel zijn heb je niets te maken met MIDI-vertragingen. Als je een bassdrum uit drie geluiden wilt samenstellen die tegelijkertijd moeten klinken, dan doét 'ie dat. Bij andere samplers, ook de S1100, blijven de samples voortdurend om elkaar heen vlammen. In een MPC-60 blijft de drumtrack rete-strak, hoeveel drumpartijen je ook programmeert."

Troep, Ruis en Ratels
Ben Liebrand werkt met twee ADAM’s van Akai waarmee je zeventien minuten op gewone 8mm videocassettes kunt opnemen. De recorders lopen parallel zonder een aparte synchronizer. Met de remote kun je maximaal drie ADAM's bedienen, wat een totaal van 36 digitale sporen geeft. Bij de grote analoge en digitale recorders die met een aparte synchronizer werken, heeft de slave-machine het vaak erg moeilijk met het vinden van het gezochte locatiepunt. Het synchroniseren van Ben’s twee ADAM's levert totaal geen problemen op. "Er zijn diverse studio's die een analoge 24-sporenrecorder en een ADAM hebben. Daar maak ik dan de digitale kopie van een multitrack die ik aangeleverd krijg. Omdat ik twee machines heb, kan ik de originele multitrack-kopie houden. Daar maak ik weer een digitale safety-kopie van. Daar zet ik al mij eigen bende erbij. Moet ik een andere mix maken, dan pak ik de safety en maak ik daar een nieuwe kopie van. Ik print alles pas naar multitrack als ik helemaal klaar ben, dus pas als ik gemasterd heb. Tijdens de mix loopt alle informatie uit mijn MIDI-apparatuur mee. De enige reden waarom ik dit naar digitaal schrijf is als back-up.'

Sinds de digitale apparatuur zijn intrede heeft gedaan, kun je in studio's de discussie over wél of niét analoog of digitaal opnemen horen. Of een analoge opname beter, vetter en smeriger klinkt laat ik in het midden. Ben heeft een duidelijke mening over dit onderwerp:

"Mensen zijn erg huiverig voor het digitale gebeuren. Met digitale opname is niets mis. Het gaat om de mensen die er mee werken. Als ik bijvoorbeeld een hiphop-track opneem gebruik ik een bassdrum die in de sfeer van het nummer past. Dat kan een bassdrum zijn met zoveel troep, ruis, ratels en meer van die bende, dat je er gek van wordt. Als dat de sfeer ten goede komt, dan moet je hem gewoon zo opnemen. Maar dan heb je producers en technici, die vinden dat als je digitaal opneemt het ook allemaal schoon moet klinken. Zo'n bassdrum wordt dan helemaal uitgekleed tot er alleen een eng clinisch geluid overgebleven is. Een bas uit de Juno 106 met chorus ruist als een gek, maar als dat in de mix goed klinkt dan moet je dat zo laten. Het is niet de apparatuur maar het zijn de mensen die digitaal zo koud laten klinken. Smerige geluiden moeten smerig op de band."

Veel technici hebben last van het demo- en tussenmix-syndroom. Demo's en tussenmixen klinken bijna altijd lekkerder dan het uiteindelijke afgemixte product. Ben heeft dan ook geen fader-automatisering op zijn Soundcraft mengtafel. "Bij een demo of een tussenmix geef je voorrang aan de dingen waar je op kickt. De rest is bijzaak. De zang knalt er lekker overheen en in een paar minuten heb je een mix die leeft. Met fader-automatisering strijk je 90% van het leven plat."

Analoge Sentimenten
Tijdens het maken van zijn eerste solo-CD 'Styles' werd de Waldorf Microwave aangeschaft. ondanks de positieve verhalen over het analoge geluid van de Microwave heeft Ben hem om precies te zijn één keer gebruikt voor een 808-achtig laag.

"Hij klinkt wel degelijk analoog, hij is fantastisch! Maar als ik een goeie bas nodig heb dan gebruik ik toch liever de Minimoog of de nog veel oudere SH-2 van Roland. En die heeft een partij laag! Binnen een tiende van de tijd die ik voor de Microwave nodig heb, heb ik een goedklinkende bas uit één van mijn analoge synthesizers. De SH-101 van Roland gebruik ik voor de House- en Techno-achtige partijen en voor de portamento die er op zit. De apparatuur zonder MIDI loopt mee met behulp van de MPU-101 MIDI/CV converter van Roland. Juist al die oude synthesizers met die bijzondere filterwerkingen geven het leven in een nummer."

Salt 'n Pepa
Door de gehele ruimte hangen gouden en platina cd's, platen en cassettes, waaronder de laatste drie hits van Salt 'n Pepa. In Europa zullen de originele mixen waarschijnlijk alleen underground blijven, want de maatschappijen in Europa hebben voor de mixen van Ben gekozen. De laatste CD is opnieuw samengesteld nadat Ben zijn mixen had laten horen. De Salt 'n Pepa remixes waren voor Ben een opdracht vanuit Engeland en dus geen uitvloeisel van een Minimix. Pete Tom van FFRR Records had nog enkele raptracks van de dames liggen en vroeg Ben of hij daar misschien iets mee kon. "Hij heeft een CD opgestuurd. Op basis daarvan heb ik 'Do you want me' gedaan. Die heeft in Engeland de top 5 gehaald. Daarna 'Lets talk about sex' die in weinig landen niet nummer 1 heeft gestaan. En nu 'You showed me'."

Buitenlandse Zaken
Ben is één van die mensen die het gelukt is het voor muzikanten te kleine Nederland te ontvluchten. Ben omzeilt muzikaal Nederland. Zijn producties komen dan ook als Internationale act bij de Nederlandse platenmaatschappijen binnen.

Behalve Salt 'n Pepa heeft Ben ondermeer remixen gemaakt voor Sting, Phil Collins, Alexander O'Neal, Hot Chocolate, Bill Withers, Nathalie Cole, Hall & Oates, Kool and the Gang, de Pasadenas en Stock, Aitken & Waterman. Deze remixen zijn ook daadwerkelijk uitgebracht en hoog in de Engelse charts terechtgekomen. "Vijfennegentig procent van de dingen die ik doe is voor Engeland, vier procent voor Duitsland en die ene laatste procent voor Nederland. Als ik alleen voor de Nederlandse markt zou werken zou ik er zeker niet van kunnen leven."

"Het gros van wie in Nederland dance-muziek denkt te maken (en dan heb ik het niet over die techno-house projecten, maar meer over die mensen die pretenderen funky muziek te maken) loopt vaak drie à vier jaar achter. Zo'n band als de Novo Band bestaat niet zonder reden niet meer. Er zijn zoveel projecten gedaan in Nederland waar nog nooit iemand van gehoord heeft. Dat zijn projecten van de mensen die altijd wat te zeuren hebben over de nummers die dan wel nummer 1 staan. Ze pretenderen alleen muzikaal bezig te zijn, maar hebben commercieel gezien nog niets bereikt."

"Kijk, mensen die zeggen dat ze geen muziek maken om geld te verdienen, zijn volgens mij hartstikke gek of ze staan te liegen. Natuurlijk willen ze allemaal op nummer 1 komen te staan. lk heb het idee dat muzikanten in Nederland muziek maken om elkaar te imponeren. En maar prijzen krijgen van allerlei organisaties. En er zijn wat prijzen weggegeven aan mensen waar nog nooit iemand van gehoord heeft. Ik ben dus niet zo iemand! lk maak muziek voor een doelgroep op de dansvloer en voor de mensen die naar de radio luisteren. Om op de hoogte te blijven draai ik nog iedere zaterdag als DJ in een club in Duitsland. lk moet heel doelgericht bezig zijn en gewoon dingen maken die scoren. Het laatste waar ik aan denk is aan het imponeren van collega's, want die kopen mijn platen toch niet."

Goedkoop - Duurkoop?
Als DJ draait Ben niet alleen platen als 'James Brown is dead' van LA Style. De tempi van deze soort harde techno-house loopt al op van 135 Bpm tot 145 Bpm. "Deze nummers moet je niet gaan beoordelen als je thuis bij je stereo zit. Je moet deze house-variant beoordelen als je op de dansvloer staat waar ik-weet-niet-hoeveel duizend watt om je heen staat te pompen terwijl de meest gestoorde lichten boven je hangen. Het gaat er om wat het je dan doet. Met muziek heeft het erg weinig te maken. Het moet echt zo smerig mogelijk klinken. De bassdrum moet zoveel mogelijk overstuurd zijn."

Terwijl in de tachtiger jaren de bassdrum als een klik in het geluidsbeeld gezet werd, heeft de bassdrum in de dance tegenwoordig alleen nog maar veel laag zonder een duidelijke punt, In negen van de tien keer wordt de TR909 van Roland gebruikt, "Juist de 'kids' die geen geld hadden, die in de clubs zitten, zijn muziek gaan maken. De 909 kostte op een gegeven moment niets meer. De FB101 van Yamaha en de Bassline van Roland verkochten ook niet goed en werden dus erg goedkoop. Het lag voor de hand dat die 'kids' met die apparatuur gingen werken. Je ziet dat met die goedkope dingen de hits worden gemaakt. ik heb zelf net een Bassline van Roland gekocht waar nu MIDI voor mij wordt opgezet."

Solo Projecten
'Styles', Ben's eerste solo-CD kwam uit in 1990. 'Eve of the war' (wat een Minimix was) stond in Duitsland op nummer 2 en Ben had al wat producties voor CBS Duitsland gedaan. in Duitsiand vond men het tijd worden voor een solo-CD. "lk had al wat dingen liggen en 'Puls(t)ar' en 'Eve of the war' waren Minimixes. Daar kwamen een hoop andere dingen bij die mij boeiden. Invloeden van Giorgo Moroder, wat rustige en wat instrumentale nummers. De blazers zijn door Gerbrand Westveen gearrangeerd en de gitaren door Jochem Fluitsma gespeeld. Behalve de vocalen heb ik verder alles zelf gedaan. ik heb de CD grotendeels zelf geschreven, opgenomen en gemixt. ik moet trouwens zeggen dat Sony Nederland het beter heeft gedaan dan een hoop andere landen bij elkaar. 'Styles' is zó goed verkocht, dat Sony met een gerust hart aan een nieuwe CD wil beginnen. De verkoop had natuurlijk hoger kunnen zijn als alles beter gecoördineerd was geweest. Engeland wilde bijvoorbeeld een andere single dan de rest van Europa. Daar werd dan weer over getwijfeld, waardoor de mix niet op tijd klaar was en het maken van een videoclip vertraging opliep."

"Momenteel ben ik met mijn tweede CD bezig voor Sony Duitsland. Vijf basistracks heb ik al af. Daar komen nog wat covers bij. in Nederland komt het gewoon weer op de afdeling Internationaal binnen. Ik denk dat deze CD al deze zomer uitkomt, want je kunt met een dance-CD niet te lang wachten. De CD zal toegankelijker en begrijpelijker worden. Dansbaar, veel brushes, rides en jazzy akkoorden."

Wat de toekomst brenge moge
"Alles heeft zich vanaf het verleden regelmatig ontwikkeld. Er zat in de gebeurtenissen een heel natuurlijk verloop. Ik denk dat ik de toekomst gewoon rustig afwacht. Als het blijkt dat ik op een gegeven moment echt fatsoenlijke dingen ga componeren, dan zal dat er wel uitkomen. Als dat niet gebeurt, ga ik me gewoon met andere dingen bezighouden. Misschien wil ik later wel de link met video leggen. A1s ik gewoon dié projecten aanneem die mij aanspreken en ze probeer af te maken op zo'n niveau, dat ik er zelf een goed gevoel over heb, dan moet het volgens mij allemaal lukken. Ik ben hoofdzakelijk met een hobby bezig, die mijn werk is geworden. Tot nu toe heb ik altijd het gevoel gehad, dat het over een maand of twee wel rustiger zal worden. Maar die maand of twee blijven maar voor me uit schuiven…"