Sorry for all the foreign guys and girls: This one is only in Dutch.
Whenever I have some time to kill, I'll consider translating.......

Interview supplied by Kees Uffen
Bron: Akai Newsclip 1988

Akai Newsclip 1988
BEN LIEBRAND, REMIX MET MIDI
"Sommige mensen gebruiken een sampler alsof ze hem voor hun verjaardag hebben gekregen."

Beats Per Minute
Als er in de muziekbranche één typisch "tachtiger-jaren" beroep bestaat, is dat, denk ik, "remixer". En als er één ambacht is, dat het gezicht van de muziek in de jaren tachtig onherroepelijk heeft veranderd, dan is dat het "remixen". Het imago van "remixen" zou men gerust controversieel kunnen noemen. Niet alleen vanwege de meningsverschillen tussen de voor-en tegenstanders, zo zal de één het als een nieuwe en vernieuwende muziekuiting beschouwen, terwijl de ander het liever als ordinair en immoreel jatwerk bestempelt, ook binnen het vak zelf treft men verschillende, ver van elkaar verwijderde vormen aan. Het eerste dat ik mij ervan herinner, is het naadloos aan elkaar plakken van twee grammofoonplaten, hetgeen "live" in discotheken werd gedaan.
Dat was ook de tijd, dat ineens ook het tempo van nummers, in "beats per minute", op het label van platen werd vermeld. De appreciatie van het aanwezige publiek ging zelfs zover, dat bij een "onhoorbare" overgang van het ene nummer naar het andere een opgewonden gejoel opging. Toen ik Ben Liebrand een aantal jaren geleden voor het eerst ontmoette dacht ik dat het nog steeds op die manier ging. SMPTE en MIDI waren in mijn ogen het onbetwiste territorium van technici en technisch vergevorderde muzikanten en in mijn nietsontziende, allesomvattende kortzichtigheid paste Ben in geen van beide vakjes. Niets bleek minder waar. Niet alleen bleek Ben een ware "wizz" op het gebied van SMPTE- en MIDI-toepassingen, ook aan muzikaliteit en smaak (maar wie ben ik...) bleek het hem niet te ontbreken.
Ben is hier in Nederland waarschijnlijk het meest bekend door zijn wekelijkse "Mini"- en jaarlijkse "Grand" Mix voor Veronica. In de Mini Mix bewerkt Ben wekelijks een plaats naar eigen inzicht. Hij voorziet die van andere ritmes en baslijnen, verandert volgordes en draagt in veel gevallen behoorlijk bij aan de (disco-)dansbaarheid van een stuk muziek. In de jaarlijkse Grand Mix versnijdt en verplakt Ben de hits van het voorbije jaar. Deze mix duurt een uur en is langzamerhand een traditie, welke vergelijkbaar is met de nieuwjaarsconference.

MTS
Ben startte zijn carrière toen hij nog op de MTS zat. Hij deed daar electronica, maar werkte tegelijkertijd in een club in Nijmegen. Tegen het einde van de MTS had hij aan zijn mix-opdrachten een full-time job. "Dit hield ook wel eens in, dat ik hier in Nijmegen te laat op school kwam en als ze vroegen hoe dat kwam, was het antwoord, dat het zo druk was op de snelweg rond Utrecht. "Dat heeft nogal eens tot vreemde gezichten geleid" herinnert Ben zich. Ben vindt, dat hij van de MTS electronica behoorlijk profijt heeft gehad. Niet alleen was hij daardoor in staat bv. zelf patch-panels te bouwen, "ook leerde je er logisch denken, wat nogal van pas komt bij het ontdekken van nieuwe apparatuur en mogelijkheden". Tegenwoordig besteedt Ben al zijn tijd aan mixen. Hij doet dat gewoon thuis, maar wel met een benijdenswaardige zelfdiscipline. Hij begint ’s ochtends rond negen uur en afgezien van een enkele pauze tussendoor gaat hij daarmee door tot ’s avonds laat, maar nooit later dan een uur of twaalf. Het is zijn ervaring, dat wat er na twaalven wordt geproduceerd, de volgende ochtend rijp blijkt te zijn om gewist te worden.

Thuis Mixen
Het thuis werken heeft voor Ben grote voordelen. "Stel je voor dat ik in een studio vier uur met een bas partij ben bezig geweest en ik denk dan: "Nee, toch maar niet, ik gooi alles er weer uit". Als je dan alleen bent dan doe je dat, maar als er twee of drie mensen bij zitten, die op dat moment helemaal bleek achterover van hun stoel vallen, dan doe je dat niet." Verbazender is het feit, dat Ben zijn eindmixen thuis maakt niet noodzakelijkerwijs inhoudt, dat zijn "thuismixen" onderdoen voor mixen uit grote(re) studio’s. De geringe afmetingen van Ben's luidsprekers doen vermoeden, dat een hierop gemaakte balans het zeer zeker zal redden op bv. de kleine luidsprekertjes van een zg. "ghetto blaster", maar gruwelijk door de mand zal vallen op een groot monitor systeem. Ben logenstraft mijn vermoedens: Bij Abbey Road in Londen vroeg men zich af op welk monitor systeem Ben afmixt, omdat alles (Ben's "Hot Chocolate" remixen) daar zo uitmuntend klinkt. "Ik heb bv. een remix gemaakt van Phil Collins’ ‘In the air tonight’, een klassiek stuk, mag je bijna zeggen. En die mix was blijkbaar zo goed, dat Phil Collins ’m ook goed vond en hem zelf ook uitgebracht wilde hebben."

Near Field Monitoring
Eén en ander is enerzijds te danken aan de uitstekende kwaliteit van Ben’s monitors en anderzijds aan de manier van afluisteren, die men "near field monitoring" noemt. Hierbij plaatst men de luidsprekers zó dichtbij en dusdanig gericht, dat men eventuele acoustische invloeden van de controleruimte zelf praktisch uitsluit. Elke zichzelf respecterende studio heeft overigens wel zo'n setje kleine monitors, ook wel "desktop monitors" genoemd. Het gebruik ervan blijft echter vaak beperkt, omdat in een dergelijke situatie slechts één van de aanwezigen een duidelijk beeld krijgt van wat er gebeurt. Daarnaast worden deze monitors gebruikt om enigszins een beeld te krijgen van hoe het straks thuis, of in de auto zal klinken. We hebben tenslotte niet allemaal 15" Dual Concentric luidsprekers, of Bi-Radial Horns en 2x 300 watt MOSfet eindtrappen in onze huiskamers en op de hoeden-planken van onze auto’s.

Road Runner
Ben is een ware meester in het maken van samples. Hij gebruikt hiervoor twee AKAI S-900 samplers. Voor de wekelijkse Mini Mix neemt Ben per week gemiddeld één schijf nieuwe geluiden op. Meestal doet hij dat vanaf CD, maar af en toe wordt het geluid van de TV geplunderd. Bij het maken van een remix van Michael Jackson's "Speed Demon" had hij geluiden nodig, die snelheid suggereerden. Terwijl we zitten te praten heeft Ben razendsnel een diskette in één van de S-900’s ingeladen. ’"Speed Demon’,... dat is er toch maar één" roept hij, terwijl ik om de oren wordt geslagen met 'Road Runners' Miep Miep". Het volgende moment vergast Ben me op een geluid, waarbij ik het gevoel krijg, alsof ik met 190 km per uur met m’n hoofd tegen een grote, maar gebarste chinese gong aanloop. "Die geluiden van die tekenfilms, die zijn werkelijk zo sprekend, er zitten zulke mooie geluiden bij."

Alf
Op ongeveer dezelfde wijze is Ben’s single "Stuck on Earth" ontstaan. In één van de afleveringen van "Alf" deed Alf een "rap". Ben had deze aflevering toevallig op video opgenomen en kwam op het idee stukken ervan te gebruiken voor de Mini Mix. Dit idee sloeg zo aan, dat men besloot er een single van uit te brengen. En nadat men er toestemming van de makers van "Alf" voor had gekregen werd deze single zelfs in Amerika uitgebracht. Deze single "Stuck on Earth" heeft inmiddels de verschillende hitlijsten in Europa en Amerika met succes bestormd. Bij deze single was, net als bij de "Holiday Rap", Ben’s grotste klapper tot nu toe, sprake van een volledig eigen productie (al dan niet op basis van een bestaand nummer).

SMPTE
Voor het merendeel houdt Ben zich echter bezig met het ombouwen van bestaande platen/banden. Over het algemeen kan hij zich daarbij bedienen van de originele multi-track band. Hij kan dan de bas- en drum sporen uitschakelen, om er vervolgens zijn eigen partijen voor in de plaats te zetten. De procedure is hierbij als volgt: Eerst wordt een mix gemaakt van alle sporen, echter zonder bas en drums. Deze mix wordt via een PCM machine op het video- spoor van een video-recorder geschreven. Tegelijkertijd wordt op de audio-sporen SMPTE-tijdcode meegeschreven. Thuis wordt nu het tempo van het betreffende stuk ingegeven op een sync-box. Als het ware worden hier tempo en tempowisselingen afgezet tegenover de SMPTE-tijdcode en omgezet in MIDI-sync, of tijdcode informatie. Vanaf dit punt in de procedure kunnen er drumcomputers en sequencers met de video/PCM band meelopen. De SMPTE-tijdcode zorgt immers voor, dat de tempowisselingen, die de sync-box onthoudt altijd op elk willekeurig punt van de PCM band kunnen worden gevolgd door de drumcomputers en sequencers die er aanhangen. Nu kunnen sequencers en drumcomputers worden geprogrammeerd. Nummers kunnen een totaal nieuwe "groove" krijgen, terwijl ook andere nieuwe dingen, zoals bv. blazerspartijen in het geval van de "Hot Chocolate" remix en allerlei effecten, kunnen worden toegevoegd.
Wanneer nu alles naar volle tevredenheid klinkt, kan het geheel worden gemasterd, waarbij uiteraard de sequencers en drumcomputers weer trouw de PCM/video band volgen. Vooral het feit, dat de opnieuw geprogrammeerde partijen niet nog eens op tape opgenomen behoeven te worden voordat er wordt gemasterd, bepaalt voor een zeer groot gedeelte het hoge kwaliteitsniveau. De multi-track stap wordt als het ware overgeslagen. Wanneer ik Ben vraag, of het ingeven van het tempo geen problemen oplevert, want dat kan ik me zo voorstellen, antwoordt hij zelfbewust: "Desnoods krijg ik een bak grint, die omlazerd nog gesynct met een drumcomputer".
Voor de eigen producties van Ben geldt min of meer dezelfde procedure. Hij werkt in deze gevallen vaak samen met Rob van Schaik en Bémard Oattes, die voor de feitelijke productie van het nummer zorgen, waarna Ben thuis de eigenlijke "groove" aan eventuele zang en begeleiding (de bovenkant van de band") toevoegt. Eén van de vruchten van deze samenwerking, "Ceejay" staat inmiddels al op nummer zeven van de Billboard Dance Top 100. Voordeel van deze manier van werken is dat er van een nummer verschillende versies kunnen worden gemaakt. De ene versie kan bijvoorbeeld een "swing" feel hebben, terwijl een andere een meer rechte "rock" feel heeft. Enfin, je kunt er nog alle kanten mee op.

Samplers
Ben werkt al jaren met AKAI samplers. In de tijd van de "Holiday Rap" was dat de S-612 sampler en tegenwoordig zijn dat twee S-900's en een AKAI/Linn MPC-60. Als ik Ben vraag waarom hij de S-900 verkiest boven andere samplers, antwoordt hij met zijn spreekwoordelijke spitsheid: "Welke andere?" Wanneer ik opmerk, dat hij me wel erg in de kaart speelt, doet hij er nog een schepje boven op. "Een S-900 is net zo fris als hij eruit ziet. Hij is buitengewoon overzichtelijk en daardoor zeer snel te programmeren. Bij het leeghalen van een sampler van een concurrerend merk heb ik bijvoorbeeld binnen 25 minuten met goed resultaat 32 geluiden gesampled, ge-edit en van titels voorzien. Hij is gewoon zeer overzichtelijk en bovendien is de geluidskwaliteit uitstekend."

Ben gebruikt over het algemeen alleen samples, die hij zelf gemaakt heeft. Naast de bakken vol diskettes met zijn eigen samples heeft hij een aantal favorieten uit de AKAI PSL9000 serie en een aantal samples, die hij samen met de "professor" Peter vd. Sande maakte. Sinds het begin van dit jaar gebruikt Ben de MPC-60 sequencer/ drumcomputer. Het maken van samples doet hij nog steeds met de S900 en zet ze daarna via MIDI over in de MPC-60. "De MPC-60 is ècht een MIDI Production Centre, je hebt alles bij elkaar. Het benoemen van de 99 sporen is heel handig en het feit dat je ook de MIDI-kanalen een naam kunt geven werkt enorm mee bij het houden van overzicht. Daarnaast gaat de routing van het drumgedeelte buiten het hele MIDI-gebeuren om, hetgeen MIDl-vertragingen voorkomt. En natuurlijk de aanslaggevoelige pads met aftertouch waarmee je heel gemakkelijk ’rolls' kunt maken. Ik hoef de S-900’s nu ook niet meer voor de drumgeluiden te gebruiken." Voor bv. de Grand Mix gebruikt Ben Liebrand ook de programmeer-bare EQ PEQ-6. "Het is in zo’n lange mix belangrijk dat alles ongeveer gelijk klinkt. ik maak dan per nummer een instelling op de EQ zodat alles perfect doorloopt, en dmv. van SMPTE en een MIDl program change opdracht laat ik de settings automatisch meeveranderen." Uiteraard maakt Ben gebruik van de ME-30P MIDI Patchbay om zijn omvangrijke MIDI bekabeling in de hand te houden en niet als maar te hoeven ompluggen.

Ferrari
Wanneer we het hebben over producers, die Ben bewondert, vallen natuurlijk onmiddellijk de namen Stock, Aitken en Waterman. ’Je kunt je natuurlijk afvragen of je daar muzikaal, of artistiek tegenop moet kijken, maar je moet aan de andere kant wel toegeven dat die gasten zich helemaal rot lachen, omdat ze dus echt de sleutel hebben gevonden tot de portemonnaies van alle kids tussen de zeven en twaalf jaar. Je kunt niet van toeval spreken, want ze blijven aan de gang. En je kunt zeggen dat het allemaal op elkaar lijkt en dat is ook zo, maar ondertussen lachen ze zich helemaal wezenloos. En ze doen ook tussendoor dingen, die niet zo commercieel zijn, want daar hebben ze nu rijkelijk adem voor gekregen. En degene die zegt, dat hij in hun plaats niet hetzelfde zou hebben gedaan, die staat te liegen of die is gek. Waterman had afgelopen januari z’n twaalfde of veertiende Ferrari gekocht en ik sprak hem in maart en toen had hij nog niet de tijd gehad om ’m bij de dealer af, te halen, en dan spreken we over een witte Testa Rossa." ’De dingen die Trevor Horn doet vind ik productioneel ontzettend knap in elkaar zitten. Hoewel ik in een interview heb gelezen dat bv. "Slave to the Rhythm" van gekkigheid en toevallen aan elkaar hangt en men tot op het laatst nog geen idee had, hoe het er uiteindelijk zou uit gaan zien, met andere woorden: helemaal niet zo doordacht als het overkomt. Hij is echter een verschrikkelijke perfectionist, ik heb van verschillende mensen gehoord, dat als hij bij het snijden aanwezig is en te horen krijgt, dat er hoog bij moet, dan prefereert hij terug te gaan naar de studio en een nieuwe eindmix te maken, ipv. er een EQ tussen te zetten en er 11 kHz bij te draaien. Hij weet met de dingen die hij doet zo’n sfeer op te wekken, prachtig... ! En Jam en Lewis in het jaar, dat ze Janet Jackson hebben gedaan, dat vond ik ook erg knap, met hun agressieve keuze van geluiden en agressieve manier van mixen, een hele hoop weglaten, een paar dingen overhouden en die gewoon vet in de mix naar voren laten komen." ’Je mix zelf vind ik belangrijker, dan laten horen wat voor rare geluiden je kunt maken, Sommige mensen gebruiken een sampler alsof ze ’m net voor hun verjaardag hebben gekregen. Dan nemen ze een sample van een vierstemmig koor en gaan daar dan melodieën mee spelen, terwijl het zo kei en kei vals is. Ik vind dat belachelijk."

Verhuizen
Ben verhuist binnenkort en heeft in zijn nieuwe huis een grotere controlekamer laten aanleggen. De opzet van de nieuwe studio blijft echter in grote lijnen hetzelfde als van de oude. Hij stelt er prijs op, dat alles binnen handbereik en de displays van de apparaten op oog-hoogte staan. "Een apparaat, dat slecht bereikbaar of slecht afleesbaar is gebruik je niet en staat dan ook uiteindelijk je creativiteit in de weg. Bij het ontwerp van de nieuwe studio heb ik al wel rekening gehouden met de nieuwe S-1000 sampler." Wanneer ik Ben vraag, of hij er niet mee zit, dat hij door muzikanten nog wel eens scheef wordt aangekeken, formuleert hij recht uit het hart de kern van ons gesprek: "Ik vind het fijn als mensen me respecteren, maar als ze dat niet doen denk ik, ’we zien aan het einde van het jaar wel wie er de meeste platen heeft verkocht’."